Stamcellen

Hoe vernieuwt je lichaam zijn cellen en weefsels?

Een wondje sluit, bloedcellen worden vervangen en de darmwand blijft zijn werk doen. Achter dat onderhoud zit geen enkel herstelmechanisme. Elk weefsel heeft zijn eigen manier om cellen aan te vullen en schade op te vangen.

Vereenvoudigde illustratie van twee dochtercellen tijdens de laatste fase van celdeling
Vereenvoudigde illustratie van de laatste fase van celdeling: twee dochtercellen snoeren zich van elkaar af. Celonderdelen en kleuren zijn schematisch.© Stamcel.org

Vernieuwen is iets anders dan opnieuw laten aangroeien

Bij dagelijks onderhoud verdwijnen cellen terwijl andere hun plaats innemen. Regeneratie is het herstellen van weefsel met passende nieuwe cellen. Maar een beschadigd gebied kan ook worden opgevuld met bindweefsel. Dan is de wond dicht, zonder dat de oorspronkelijke bouw volledig terug is.

Dat verschil verklaart waarom een genezen wond een litteken kan achterlaten. Herstel gaat niet alleen om aantallen cellen. Ook de rangschikking, bloedvoorziening en verbindingen met omliggend weefsel moeten passen. [1]

Stamcellen houden een voorraad mogelijkheden in stand

Stamcellen kunnen zichzelf vernieuwen en gespecialiseerde nakomelingen maken. Vaak volgen tussenstappen: voorlopercellen delen en krijgen geleidelijk een beperktere taak. Niet iedere deling levert precies één stamcel en één gespecialiseerde cel op. De balans wordt ook op het niveau van de hele celpopulatie geregeld.

De omgeving doet mee. Naburige cellen, contact met de ondergrond en plaatselijke signaalstoffen beïnvloeden wat een stamcel doet. Die leefomgeving heet een niche. Sommige stamcellen zijn veel actief, andere blijven langere tijd in rust. Meer deling is daarom niet automatisch beter. [2]

De darm: een ontdekking door cellen te volgen

Onderaan kleine instulpingen van de darmbekleding, de crypten, liggen cellen die nieuwe darmepitheelcellen kunnen voortbrengen. Epitheel is het aaneengesloten cellaagje dat een oppervlak bekleedt. Daaronder liggen andere weefsels; een darmstamcel bouwt dus niet op zichzelf een complete darm.

Nick Barker en collega's, onder wie Hans Clevers, publiceerden in 2007 onderzoek bij volwassen muizen. Met een erfelijk merkteken volgden zij nakomelingen van Lgr5-positieve cellen. Die leverden over langere tijd verschillende celtypen van het darmepitheel. Zo konden onderzoekers niet alleen aanwijzen waar een vermoedelijke stamcel zat, maar ook aantonen wat zij voortbracht. [3]

Spieren gebruiken hun eigen voorlopers

Een volwassen skeletspiervezel is geen gewone kleine cel die zich even in tweeën splitst. Bij spierherstel spelen satellietcellen een belangrijke rol. Zij liggen langs spiervezels en kunnen nakomelingen leveren die bijdragen aan spierweefsel.

Een onderzoek van Alessandra Sacco en collega's uit 2008 maakte dat bijzonder zichtbaar. Eén getransplanteerde spierstamcel kon in muizen bijdragen aan spiervezels én nieuwe cellen met stamceleigenschappen opleveren. Dat is sterk bewijs voor zelfvernieuwing in die proefopzet. Het betekent niet dat één toegediende cel bij mensen een beschadigde spier kan herstellen. [4]

Waarom een wond ook het immuunsysteem nodig heeft

Na schade moet meer gebeuren dan nieuwe cellen maken. Bloedverlies wordt beperkt, beschadigd materiaal wordt opgeruimd en nieuw steunweefsel ontstaat. Immuuncellen en bindweefselcellen zijn daarbij betrokken. Nieuwe bloedvaten helpen het herstelgebied van zuurstof en voedingsstoffen voorzien.

Bij diepe schade kan de oorspronkelijke structuur deels verloren gaan. Bindweefsel geeft dan stevigheid, maar heeft niet alle eigenschappen van het vervangen weefsel. [1] De samenwerking met het immuunsysteem is dus essentieel: herstel is geen prestatie van stamcellen alleen.

Drie vragen bij elk bericht over herstel

Welke cellen zijn werkelijk nieuw gevormd?

Een groter aantal cellen is nog geen bewijs dat het juiste celtype is ontstaan. Onderzoekers kijken ook naar eigenschappen en functie.

Werken die cellen in het weefsel?

Nieuwe cellen moeten overleven, passen bij hun omgeving en de benodigde taak uitvoeren. Een resultaat in een kweekschaal is nog geen herstel in een lichaam.

Waar is het onderzocht?

Een celkweek, een muis en een mens zijn verschillende onderzoeksomstandigheden. Het resultaat moet steeds in die context worden gelezen.

Dit onderscheid is belangrijk bij stamcelonderzoek en organoïden. Organoïden zijn onderzoeksmodellen van aspecten van een weefsel, geen complete vervangingsorganen. [2]

Veelgestelde vragen

Vernieuwt ieder weefsel even snel?

Nee. Dagelijks onderhoud en herstel na schade verschillen sterk per weefsel en celtype.

Is iedere delende cel een stamcel?

Nee. Ook voorlopercellen kunnen delen. Voor stamceleigenschappen is onder meer zelfvernieuwing belangrijk.

Is een litteken hetzelfde als regeneratie?

Nee. Littekenweefsel herstelt de stevigheid, maar vervangt niet altijd de oorspronkelijke weefselbouw en functie.

Waarom noemen jullie muizen bij de ontdekkingen?

Omdat deze onderzoeken bij muizen zijn uitgevoerd. Die resultaten zijn waardevol, maar bewijzen niet rechtstreeks een behandeling voor mensen.

Bronnen

  1. OpenStax. Tissue Injury and Aging.
  2. NIH. Stem Cell Basics, onderdelen over zelfvernieuwing, differentiatie en onderzoek.
  3. Barker N. et al. Identification of stem cells in small intestine and colon by marker gene Lgr5. Nature, 2007. Dieronderzoek; openbare samenvatting.
  4. Sacco A. et al. Self-renewal and expansion of single transplanted muscle stem cells. Nature, 2008. Dieronderzoek; openbare samenvatting.