Een hormoonstelsel verspreid door de darmwand
Een schildklier kun je als afzonderlijk orgaan aanwijzen. Voor veel darmhormonen ligt dat anders. De producerende cellen zitten tussen de andere cellen van het maagdarmslijmvlies. In de darm heten ze entero-endocriene cellen: entero verwijst naar de darm, endocrien naar afgifte van signalen die elders kunnen werken.
Deze cellen vormen maar een klein deel van het darmepitheel. Toch produceren ze een grote verscheidenheid aan signaalstoffen. Ze kunnen reageren op voedingsbestanddelen in de darm en hun boodschap aan de weefselzijde afgeven. Niet ieder signaal hoeft eerst door het hele lichaam te reizen; plaatselijke cellen en zenuwuiteinden kunnen eveneens worden beïnvloed.1, 2
Een hormoon is bovendien iets anders dan een verteringsenzym. Hormonen geven opdrachten via receptoren. Enzymen helpen voedingsstoffen chemisch afbreken. De alvleesklier heeft beide functies, maar gebruikt daarvoor verschillende cellen en afgiftewegen.
Wat gebeurt er voor, tijdens en na het eten?
Honger is niet één enkel signaal
Het hormoon ghreline wordt vooral in de maag gemaakt. Het kan de eetlust stimuleren en heeft ook invloed op de afgifte van groeihormoon. De concentratie neemt vaak toe voor een maaltijd en af na eten. Maar honger wordt niet door ghreline alleen bepaald: gewoonten, zenuwsignalen en de beschikbaarheid van energie spelen mee.3
De spijsvertering wordt afgestemd
Gastrine helpt de maagzuurafgifte stimuleren. Zodra zure maaginhoud de twaalfvingerige darm bereikt, helpt secretine de afgifte van bicarbonaatrijk vocht uit de alvleesklier op gang brengen. Dat helpt het zuur neutraliseren. CCK ondersteunt de afgifte van verteringsenzymen en het legen van de galblaas.4, 5, 6
De darm bereidt de insulineafgifte mee voor
GLP-1 en GIP versterken de insulineafgifte wanneer de bloedglucose verhoogd is. GLP-1 kan daarnaast de maaglediging vertragen en bijdragen aan verzadiging. Het lichaam reageert dus niet alleen op suiker die al in het bloed zit, maar ook op informatie uit het spijsverteringskanaal.7, 8
GLP-1 en GIP: de verbinding met de alvleesklier
GLP-1 en GIP behoren tot de incretinen. Dat zijn darmhormonen die de afgifte van insuline na voedselinname helpen versterken. GLP-1 wordt onder meer gemaakt door L-cellen; GIP vooral door K-cellen in het bovenste deel van de dunne darm.
Op de bètacellen van de alvleesklier zitten receptoren voor deze signalen. Het effect op insuline hangt mede af van de glucoseconcentratie. Dat voorkomt dat iedere voedselprikkel dezelfde reactie oproept, ongeacht hoeveel glucose beschikbaar is.7, 8
De bekendheid van GLP-1 is gegroeid door geneesmiddelen die op de GLP-1-receptor werken. Zo’n geneesmiddel is niet hetzelfde als het natuurlijke hormoon: de werkingsduur en blootstelling kunnen sterk verschillen. Dit artikel gaat vooral over de eigen regeling van het lichaam, niet over een keuze voor medicatie.
Gastrine, secretine en CCK hebben verschillende taken
Gastrine wordt gemaakt door G-cellen, onder andere in het onderste deel van de maag. Het stimuleert de productie van maagzuur. Dat zuur helpt bij de vertering en beïnvloedt welke micro-organismen kunnen overleven. Gastrine is dus geen zuur, maar een signaal dat de zuurproductie regelt.4
Secretine wordt in de dunne darm afgegeven als reactie op zure inhoud. De boodschap aan de alvleesklier betreft vooral vocht en bicarbonaat. Cholecystokinine, afgekort CCK, reageert onder meer op vetten en eiwitafbraakproducten. Het stimuleert verteringsenzymen uit de alvleesklier en contractie van de galblaas. Gal zelf wordt gemaakt door de lever.5, 6
Deze signalen werken naast elkaar. De ene route helpt de juiste zuurgraad bereiken, een andere brengt enzymen of gal op de plaats waar de maaltijd wordt verwerkt. Het is geen rij hormonen die elk precies één keer aan de beurt komt.
De darm praat ook met de hersenen
De spijsvertering heeft een eigen uitgebreid zenuwnetwerk en staat in verbinding met het zenuwstelsel buiten de darm. Rek, voedingsstoffen en hormonen dragen verschillende soorten informatie over. Dat helpt verklaren waarom het gevoel van verzadiging niet alleen afhangt van het aantal calorieën in een maaltijd.
Onderzoekers hebben ook rechtstreekse contacten tussen bepaalde entero-endocriene cellen en zenuwvezels onderzocht. Kaelberer en collega’s beschreven in 2018 een snelle darm-hersenverbinding in experimenten met muizen. Dat onderzoek laat zien hoe chemische waarneming in de darm met zenuwsignalering kan samengaan. Het bewijst niet dat iedere gedachte of emotie door één darmhormoon wordt veroorzaakt.9
Signalen uit vetweefsel, zoals leptine, voegen informatie over de energiereserves toe. Een maaltijdsignaal en een signaal over langdurige voorraden zijn niet hetzelfde. De hersenen combineren meerdere berichten.
Hoe een darmexperiment het begrip hormoon veranderde
In 1902 onderzochten William Bayliss en Ernest Starling waarom de alvleesklier vocht afgeeft wanneer zuur in de darm komt. Hun dierexperimenten lieten zien dat hiervoor een stof uit het darmslijmvlies via het bloed kon werken. Een intacte zenuwverbinding was niet voor de hele reactie noodzakelijk.
Ze noemden de stof secretine. Het experiment hielp aantonen dat organen elkaar ook chemische boodschappen op afstand sturen. Voor het begrijpen van de spijsvertering waren zenuwen belangrijk, maar niet het volledige antwoord.10
Darmstamcellen helpen onderzoekers hormonen bestuderen
Het darmepitheel wordt voortdurend vernieuwd. Darmstamcellen leveren nakomelingen die zich tot verschillende celtypen kunnen ontwikkelen, waaronder hormoonproducerende cellen. Bij die differentiatie krijgen cellen niet alleen een andere vorm, maar ook andere mogelijkheden om signalen te herkennen en af te geven.
Onderzoekers gebruiken menselijke darmorganoïden om dat proces te bestuderen. Het Hubrecht Instituut en de Universiteit Utrecht beschreven in 2022 hoe grotere voorlopereiwitten in darmcellen worden verwerkt tot kleinere signaalpeptiden. Zo’n model maakt gerichte experimenten mogelijk, maar bootst niet tegelijk alle zenuwen, bloedvaten en voedselstromen van een levende darm na.1
In later onderzoek werden sensoren van menselijke entero-endocriene cellen functioneel getest in organoïden. Dat is belangrijk: een receptor aantreffen is pas een begin. Onderzoekers willen ook weten of activering daadwerkelijk tot hormoonafgifte leidt.2
Veelgestelde vragen
Welke hormonen maken de maag en darmen?
Onder andere gastrine, ghreline, secretine, CCK, GLP-1 en GIP. Er zijn meer darmhormonen; hun aanmaak is verdeeld over verschillende gespecialiseerde cellen.
Is GLP-1 hetzelfde als insuline?
Nee. GLP-1 is onder meer een darmhormoon dat de afgifte van insuline helpt versterken. Insuline wordt gemaakt door bètacellen in de alvleesklier.
Wat is het verschil tussen GLP-1 en GIP?
Beide zijn incretinen die na eten de insulineafgifte ondersteunen. Ze komen uit verschillende celpopulaties en werken via verschillende receptoren. GLP-1 heeft daarnaast duidelijke effecten op maaglediging en verzadiging.
Is ghreline de enige oorzaak van honger?
Nee. Ghreline kan de eetlust stimuleren, maar honger ontstaat uit meerdere signalen en wordt ook beïnvloed door gedrag en omstandigheden.
Zijn darmhormonen verteringsenzymen?
Nee. Hormonen sturen processen via receptoren. Verteringsenzymen breken voedselbestanddelen af. Beide spelen een rol in de spijsvertering, maar op een andere manier.
Kunnen darmhormonen worden onderzocht met stamcellen?
Ja. Uit darmstamcellen kunnen organoïden worden gekweekt waarin ook hormoonproducerende cellen ontstaan. Daarmee onderzoeken wetenschappers ontwikkeling, waarneming en hormoonafgifte.
Bronnen
- Hubrecht Instituut, 2022. New insights into the processing of hormones in the human gut. Menselijke darmorganoïden.
- Beumer J et al., 2024. Description and functional validation of human enteroendocrine cell sensors. Onderzoek met menselijke organoïden (auteursmanuscript).
- Society for Endocrinology. Ghrelin.
- Society for Endocrinology. Gastrin.
- StatPearls. Physiology, Secretin.
- Society for Endocrinology. Cholecystokinin.
- Society for Endocrinology. Glucagon-like peptide 1.
- Society for Endocrinology. Glucose-dependent insulinotropic peptide, 2024.
- Kaelberer MM et al. Science, 2018. A gut-brain neural circuit for nutrient sensory transduction. Dier- en celonderzoek.
- Bayliss WM, Starling EH. Journal of Physiology, 1902. The mechanism of pancreatic secretion. Oorspronkelijk dieronderzoek naar secretine.

