Wat zit er in vetweefsel?
De bekendste cellen zijn adipocyten, ofwel vetcellen. In wit vetweefsel bevat zo’n cel doorgaans één grote vetdruppel. Die drukt de celkern en een dunne laag celinhoud naar de rand. Tussen de vetcellen liggen bloedvaten, zenuwen, bindweefselcellen, voorlopercellen en immuuncellen.
Vetweefsel ligt onder de huid en ook rond organen. Het is geen gelijkvormige massa: de plaats en het celtype maken verschil. Bruin vet bevat cellen met veel mitochondriën, de onderdelen die energie omzetten, en kan energie als warmte vrijmaken. Wit en bruin vet hebben daardoor verschillende accenten in hun functie.1
Opslaan en vrijmaken zijn actieve processen
Na een maaltijd helpt insuline voedingsstoffen in opslag te brengen. Vetweefsel kan vetzuren vastleggen in triglyceriden. Tussen maaltijden kan opgeslagen vet weer worden afgebroken, waarna vetzuren en glycerol beschikbaar komen voor andere weefsels. De inhoud van vetcellen verandert dus voortdurend.
Een studie uit 2011 gebruikte koolstofdatering om de omzet van vetten in menselijk vetweefsel te onderzoeken. De onderzoekers maakten onderscheid tussen de leeftijd van een vetcel en die van het vet dat erin zit. De inhoud kan worden vervangen terwijl de cel blijft bestaan. Het was een onderzoek naar langdurige omzet, niet een directe meting van ieder uur na een maaltijd.2
De samenwerking met de alvleesklier en lever helpt de verdeling tussen opslag en beschikbaarheid afstemmen op de situatie.
Welke boodschappen komen uit vetweefsel?
Informatie over de energiereserves
Leptine geeft de hersenen informatie over de beschikbare vetvoorraad. Vooral bij afnemende reserves kan een dalend leptinesignaal bijdragen aan meer eetlust en een zuiniger energieverbruik. Het werkt niet als een eenvoudig stopknopje voor de maaltijd die je op dat moment eet.3
Invloed op de stofwisseling
Adiponectine wordt door vetcellen afgegeven en is betrokken bij de reactie op insuline en de verwerking van vetzuren. Meer vetmassa betekent niet automatisch meer adiponectine. In mensen met obesitas worden vaak lagere concentraties gevonden. De verschillende vormen en receptoren maken de werking ingewikkelder dan één getal in het bloed.4
Contact met de eigen immuuncellen
Macrofagen en andere immuuncellen horen bij vetweefsel. Ze werken mee aan onderhoud en reageren op veranderingen in het weefsel. Onder bepaalde omstandigheden kan een langdurige ontstekingsreactie ontstaan. Daarmee is er ook een verbinding met het immuunsysteem; vetweefsel is niet alleen een gesprek tussen vetcel en hersenen.5
Waarom meer leptine niet altijd minder honger betekent
Bij meer vetmassa is de hoeveelheid leptine vaak hoger. Toch leidt dat niet bij iedereen tot minder eetlust. De reactie op het signaal kan verminderd zijn. Daarvoor wordt de term leptineresistentie gebruikt. De aanwezigheid van een hormoon en de werking ervan zijn dus twee verschillende zaken.
Dat sluit aan bij het algemene principe van hormoonreceptoren: de ontvangende cel en haar signalering bepalen mee wat er gebeurt. Het is onjuist om lichaamsgewicht uit één hormoon te verklaren. Erfelijke aanleg, voedselomgeving, slaap, gedrag en meerdere biologische regelingen grijpen in elkaar.3, 4
Ook is leptine iets anders dan maag- en darmhormonen die sterk rond een maaltijd reageren. Deze signalen vullen elkaar aan, maar zijn niet onderling uitwisselbaar.
De ontdekking die het beeld van lichaamsvet veranderde
In 1994 identificeerden Zhang en collega’s het zogenoemde ob-gen bij muizen en de menselijke tegenhanger ervan. Het bijbehorende eiwit werd bekend als leptine. De ontdekking gaf een concrete moleculaire ingang om de communicatie tussen vetvoorraad en hersenen te onderzoeken.6
In 1997 beschreven Montague en collega’s twee kinderen met ernstige obesitas op jonge leeftijd en een zeldzaam erfelijk leptinetekort. Dat was belangrijk menselijk bewijs dat het signaal niet alleen bij muizen betekenis had. Het ging wel om een uitzonderlijke aandoening, niet om een algemene verklaring voor overgewicht.7
Een experiment kan zo een breed biologisch principe zichtbaar maken zonder dat de onderzochte uitzondering voor iedereen geldt. Het onderscheid tussen tekort aan een hormoon en verminderde gevoeligheid ervoor blijft essentieel.
Komen er tijdens het leven nieuwe vetcellen bij?
Ja, ook volwassen vetweefsel vernieuwt cellen. In een onderzoek uit 2008 gebruikten Spalding en collega’s het koolstof-14-gehalte van DNA om de leeftijd van menselijke vetcellen te schatten. Ze vonden dat vetcellen worden vervangen, ook wanneer het totale aantal betrekkelijk stabiel blijft. Celvernieuwing en verandering van vetmassa zijn dus niet hetzelfde.8
Nieuwe vetcellen ontstaan uit geschikte voorlopercellen. De overgang heet adipogenese. Daarbij worden genprogramma’s actief die de cel geschikt maken voor vetopslag en hormoonafgifte. Lees hoe dat past bij celspecialisatie.9
Vetweefsel bevat ook cellen die voor onderzoek worden geïsoleerd en gekweekt. Dat betekent niet dat een onbewerkt mengsel van cellen uit vet overal in het lichaam veilig herstel kan geven. Identiteit, zuiverheid en functie moeten voor iedere toepassing afzonderlijk worden aangetoond.10
Wat willen onderzoekers nog begrijpen?
Een belangrijke vraag is waarom vetweefsel bij de ene persoon anders reageert op energieopslag dan bij de andere. Niet alleen de hoeveelheid vet telt, maar ook de verdeling, celgrootte, doorbloeding en plaatselijke ontstekingsreacties.
Weisberg en collega’s onderzochten in 2003 vetweefsel van muizen en mensen en vonden een verband tussen obesitas en ophoping van macrofagen. Het werk hielp de verbinding tussen stofwisseling en immuuncellen zichtbaar maken. Een verband in weefsel vertelt op zichzelf nog niet welk proces bij een individu de eerste oorzaak is.5
Dat samenspel maakt vetweefsel interessant voor Stamcel.org: hormonen, zenuwsignalen, immuuncellen en celvernieuwing komen er bij elkaar. Het gaat daarbij om het begrijpen van werking, niet om een moreel oordeel over lichaamsgewicht.
Veelgestelde vragen
Is vetweefsel een orgaan?
Het wordt vaak als een verspreid metabool en endocrien orgaan beschreven. Het ligt op meerdere plaatsen en combineert opslag, ondersteuning en signaalafgifte.
Is al het lichaamsvet hetzelfde?
Nee. Onderhuids vet en vet rond organen verschillen, en witte en bruine vetcellen hebben andere eigenschappen. De omgeving van de cellen is eveneens belangrijk.
Waar wordt leptine gemaakt?
Vooral in vetcellen. Het geeft onder andere informatie aan de hypothalamus over de energiereserves.
Betekent veel leptine dat je geen honger hebt?
Nee. De gevoeligheid voor leptine kan verschillen. Bovendien wordt eetlust door meer signalen en omstandigheden beïnvloed dan alleen leptine.
Zijn vetcellen levenslang dezelfde cellen?
Nee. Er vindt vernieuwing plaats. Daarnaast kan de hoeveelheid opgeslagen vet veranderen zonder dat daarvoor iedere keer nieuwe vetcellen nodig zijn.
Bevat vetweefsel ook immuuncellen?
Ja. Immuuncellen maken deel uit van het weefsel. Ze hebben taken in onderhoud en kunnen bij veranderingen ook bijdragen aan ontstekingsreacties.
Bronnen
- Society for Endocrinology. Adipose tissue. Bouw en verschillen tussen vetweefsels.
- Arner P et al. Nature, 2011. Dynamics of human adipose lipid turnover in health and metabolic disease. Menselijk weefselonderzoek.
- Society for Endocrinology. Leptin, 2023.
- Endotext. Adipose Tissue: Physiology to Metabolic Dysfunction. Overzicht van adiponectine en stofwisseling.
- Weisberg SP et al. Journal of Clinical Investigation, 2003. Obesity is associated with macrophage accumulation in adipose tissue. Muizen en menselijke weefselmonsters.
- Zhang Y et al. Nature, 1994. Positional cloning of the mouse obese gene and its human homologue.
- Montague CT et al. Nature, 1997. Congenital leptin deficiency is associated with severe early-onset obesity in humans.
- Spalding KL et al. Nature, 2008. Dynamics of fat cell turnover in humans.
- StemBook. Adipose. Celontwikkeling en voorlopercellen.
- ISSCR. Standards for Human Stem Cell Use in Research: Basic Characterization.

